← Terug naar overzicht

Interrail door Oost-Europa

Interrail door Oost-Europa

Na mijn vorige blog over het voorbereiden van een Interrail wil ik nu vertellen over mijn eigen reis. Ook deze blog kan handig zijn om te lezen als jij gaat interrailen. Zo vertel ik bijvoorbeeld over mijn ervaringen met hostels, treinen, en de bezienswaardigheden in de steden waar ik ben geweest.

Praag

Als eerste stop op de Interrail die mijn vriend en ik aan het begin van deze zomer maakten, kozen we Praag. We stapten woensdagochtend in Amsterdam op de trein en kwamen die avond via een 1,5 uur durende overstap in Berlijn (waar we natuurlijk even de currywurscht moesten proeven) in Praag aan. We werden aangenaam verrast door ons hostel, dat midden in het centrum lag, en kregen van een kamergenoot de tip een avondwandeling te maken. Onze voeten voerden ons naar de Astronomische klok, de Charles Bridge en een prachtig uitzicht over de rivier en de paleiscomplexen op de andere oever. Tip 1: maak een avondwandeling door het oude centrum van Praag. Toen we vervolgens naar bed gingen, kwam ik er meteen achter waarom ik oordopjes meehad. Tip 2: neem oordopjes mee. Sommige mensen SNURKEN.

De volgende dag zijn we ontbijt gaan halen bij de “Albert”, een zustersupermarkt van de Albert Heijn. We hebben daarna de stad verkend. Het middeleeuws centrum is ook overdag prachtig. Tip 3: zoek de jazzmuzikanten (ze zijn niet moeilijk te vinden). We zijn in Praag verder nog boven op de berg bij de “Eiffeltoren” geweest (hier kun je heerlijk in de boomgaarden luieren en lezen, heel romantisch!), hebben een boottocht over de Vltava rivier gemaakt en hebben Goulash, goedkoop bier en de lekkernij Trdelník (bereid je voor op een overdosis zoetigheid) geproefd. Mijn tip voor Praag: geniet van de prachtige stad en verspil niet te veel tijd aan het zoeken naar het goedkoopste biertje.

Wenen

De tweede stad die we bezochten was Wenen. In Wenen had ik een gevoel van “waar moeten we beginnen”. Wienerschnitzel, de Weense wals, Wienertorte, Weense koffiehuizen, Weens dit, Weens dat, er is te veel om op te noemen. Gelukkig vonden we op het station een leuk foldertje met tips voor (niet-toeristische) plekken in Wenen. Tip 1: ga naar “Am Himmel’’: een berg net buiten de stad met práchtig uitzicht – en zonder toeristen.

Wat op mij de meeste indruk heeft gemaakt (en toch heel toeristisch is), was het Schloss Schönbrunn, het voormalige paleis van de Keizerin Sisi. Tip 2: neem een kijkje in de gigantische tuinen! Verder is het leuk om in een Weens “Kaffeehaus” een kopje Weense koffie te drinken en een Wienerschnitzel te eten. Via onze folder kwamen we in een heel leuk tentje terecht, vlakbij het Belvedère winterpaleis. Tip 3: bezoek ook het Belvedère zomerslot, dat aan de rand van de stad ligt. Binnen is een museum en in Wenen kun je tot en met je 18e gratis de nationale musea binnen! Een van de leukste dingen die we in Wenen hebben gedaan was naar het filmfestival gaan. Elke zomeravond (van juni tot en met september) wordt er een concert, musical, dansvoorstelling of film afgespeeld voor het Rathaus. Dit in combinatie met een gigantisch scherm, een grote tribune, veel bezoekers en een markt waar je eten van over de hele wereld kunt vinden, zorgt voor een geweldige ervaring. Al met al is Wenen een prachtige stad, maar na de kleurige huizen van Praag waren wij enigszins teleurgesteld door de grijzige stad. Mijn tip voor Wenen: kijk verder dan je neus lang is en loop door de straatjes waar niet iedereen naartoe gaat.

Boedapest

Na een korte treinreis zijn we in Boedapest beland. Deze stad werd al door veel van mijn vriendinnen bezocht en we konden dan ook een hoop backpackers spotten. Tip 1: verblijf in het hostel “Shantee House”; een hippie hostel waar je de aardigste mensen ontmoet! We zijn ’s avonds bij de Green Bridge geweest, waar alle jeugd van de stad op zit, net als langs de kant van het water. Een prachtig gezicht aan de waterkant is het Parlement, dat het meeste bladgoud van alle regeringsgebouwen in Europa bevat. Tip 2: je hoeft niet naar binnen om het te bewonderen (scheelt geld!), maar bekijk het wel ’s avonds. Op de tweede dag zijn we bij een van de vele thermen geweest die Boedapest huist. Wij zijn naar de bekendste gegaan, “Széchenyi”. Tip 3: koop je kaartjes voor Széchenyi het liefst in het hostel of bij het bad zelf. Op internet hebben wij te veel betaald. Ook zijn we in de Hongaarse nationale galerie geweest, waar je voor 3 euro al naar binnen kunt. De entreeprijs staat niet in verhouding tot de kunst, wat een gigantische verzameling Hongaarse kunst is (op volgorde van oudheid). Hier leer je meteen een stukje Hongaarse geschiedenis! Mijn tip voor Boedapest: probeer geen ruzie te krijgen met niet-Engels-sprekende buschauffeurs.

Ljubljana

Toen ons oorspronkelijke plan om van Boedapest naar Zagreb te gaan in het water viel (onze trein vertrok een uur eerder dan gepland), zijn we naar Ljubljana gegaan. Tip 1: vertrouw niet blindelings op de Railplanner en wees op tijd op het station. Voor wie geen idee heeft waar Ljubljana ligt; dat hadden wij ook niet. Ljubljana is de hoofdstad van Slovenië, een klein land met een prachtige natuur, zo zagen wij vanuit de trein. Ljubljana is een kleine stad (met een onuitspreekbare naam), maar de mensen zijn er vriendelijk en het centrum is gezellig. Zo’n beetje alles in Ljubljana ontworpen door dezelfde architect, wat de stad een bijzonder gevoel van eenheid bezorgt. Tip 2: ga naar het centrum, loop over de mooie bruggen en gezellige pleinen en breng een bezoekje aan de markt. Naast het centrum zijn wij bij het kasteel geweest, vanwaar je een goed uitzicht hebt over de stad. Tip 3: in juli worden er ’s avonds films gedraaid bij het kasteel: een openluchtbioscoop op een bijzondere locatie! Verder zijn we door de rest van de stad gaan struinen. Vooral langs de waterkant zijn er veel leuke eettentjes en zelfs een openluchtbibliotheek! Mijn tip voor Ljubljana: blijf er niet te lang, want de stad is zo klein dat wij alles in anderhalve dag wel gezien hadden, maar sla deze plek ook zeker niet over op je Interrail!

Verona

De laatste plaats die wij bezochten was Verona. In tegenstelling tot veel anderen, die naar Venetië of München besluiten te gaan, gingen wij naar “de stad van de liefde”, ook omdat we Venetië al een keer gezien hadden. Verona is niet echt een “backpackers-stad”, wat ook blijkt uit de afwezigheid van hostels. Hierdoor zijn wij in een goedkope Bed and Breakfast beland. Tip 1: zorg dat je niet té goedkoop boekt. Deze B&B was wel heel slecht. We hebben de toeristische hoogtepunten bezocht, de mooie gebouwen bekeken en Italiaanse ijsjes en pizza’s gegeten. Tip 2: verwacht niet te veel van de muur van Julia. Het is midden in de winkelstraat en overspoeld met toeristen die zo nodig hun naam op de muur moeten zetten. ’s Avonds zijn we naar het oude theater gelopen, waar de hele zomer (voor ons te dure) opera’s draaien. We beklommen net zo lang trappen tot we boven het theater stonden, de opera bijna konden volgen, en een uitzicht hadden over de hele stad. Tip 3: doe dit vooral ’s avonds: het uitzicht is magisch. Het leuke van Verona was voor mij het Italiaanse gevoel gecombineerd met een stad die kleiner en toegankelijker aanvoelt dan bijvoorbeeld Rome of Florence. Mijn tip voor Verona: ga erheen met je vriend of vriendin en waan je in de Renaissance!

En de tip van de eeuw: maak vooral een Interrail!

Niks missen? Like onze Facebookpagina en wij zorgen ervoor dat je niks mist tijdens jouw studententijd!

Meer studentennieuws

Abonneren op